GP van Bahrein vandaag in Sepang: hoe Maleisië gastheer werd

The short version
- De GP van Bahrein wordt vandaag verreden op het Sepang International Circuit in Maleisië, zo'n 6.000 kilometer van Bahrein.
- De races in Saudi-Arabië en Bahrein werden eerder dit jaar geschrapt vanwege de oorlog tussen Iran en de Verenigde Staten en Israël.
- Saudi-Arabië en Bahrein zouden zo'n 50 miljoen euro betalen om een Formule 1-race te organiseren.
- Sepang stond van 1999 tot en met 2017 negentien keer op de F1-kalender en heeft nog een FIA Grade 1-licentie.
- Maleisië draagt de Bahreinse racenaam mee om de kosten te drukken; coureurs waarderen de baan om de passeermogelijkheden.
Na een oorlog in de Golfregio en een mislukt oktoberplan vindt de GP van Bahrein vandaag plaats op Sepang, zo'n 6.000 kilometer verderop.
De Formule 1 verzamelt zich vandaag op het Sepang International Circuit in Maleisië, waar Max Verstappen en zijn collega-coureurs aantreden voor de GP van Bahrein. Tussen het land wiens naam de race draagt en het gastland ligt een afstand van ongeveer 6.000 kilometer, ruwweg even groot als tussen Amsterdam en New York.
Die bijzondere situatie is terug te voeren op de oorlog die eind februari van dit jaar uitbrak tussen Iran en de Verenigde Staten en Israël. In de periode daarna bleef het in de Golfregio onrustig, met Iraanse aanvallen op Amerikaanse doelen.
Twee weken later greep de Formule 1 in: vanwege de veiligheid konden de races in Saudi-Arabië en Bahrein geen doorgang vinden. Doordat eigenaar Liberty Media een Amerikaans bedrijf is, kon de sport zelf ook als mogelijk doelwit worden gezien. In de officiële bekendmaking was sprake van uitstel en niet van een definitieve schrapping, met de hoop de races later in het seizoen alsnog te rijden zodra het in de regio weer rustig zou zijn.
De wil om de Bahreinse race alsnog te laten plaatsvinden heeft een financiële ondergrond. De Grote Prijzen in het Midden-Oosten vormen voor de Formule 1 de belangrijkste inkomstenbron: Saudi-Arabië en Bahrein zouden voor het mogen organiseren van een race zo'n 50 miljoen euro betalen.
Toen er in april een wapenstilstand in Iran werd uitgeroepen, zochten de Formule 1 en Bahrein samen naar een andere datum. Die werd het eerste weekend van oktober, een optie die logistiek uitstekend werkte: een week na de race in Azerbeidzjan en een week vóór de grand prix in Singapore.
Dat plan sneuvelde toen de Amerikaanse president Donald Trump de oorlog opnieuw liet ontbranden. De Formule 1 en Bahrein gingen daarom opnieuw op pad, ditmaal met de wens een circuit te vinden dat tussen Azerbeidzjan en Singapore in ligt, en de keuze viel op Sepang.
Sepang, dicht bij de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur, is geen onbekende voor de sport: van 1999 tot en met 2017 stond de baan negentien keer op het programma. Het circuit beschikt bovendien nog steeds over een FIA Grade 1-licentie, die nodig is om Formule 1-races te mogen houden, en ontvangt daarnaast ieder jaar de MotoGP.
Dol op de Formule 1 was Maleisië overigens nooit. De editie van 2017 bracht over het volledige weekend 110.000 toeschouwers op de been, waarmee de wedstrijd bij de drie slechtst bezochte races van dat jaar hoorde. Het vertrek na 2017 werd dan ook niet betreurd: destijdse circuitdirecteur Razlan Razali vertelde toen aan persbureau Reuters dat de investeringen zich niet terugverdienen zolang er te weinig publiek opdaagt. Door nu wel akkoord te gaan met de Bahreinse naam, kan Maleisië de kosten aanzienlijk beperken.
In 2017 begon tevens het tijdperk van eigenaar Liberty Media, dat de sport sindsdien wereldwijd heeft zien groeien in publieke belangstelling en kijkcijfers. Daardoor lijkt het land die opmars te hebben gemist. De voorlopig eenmalige terugkeer komt bij de coureurs goed aan: de baan van Sepang wordt gewaardeerd om de soepele bochten en de volop aanwezige mogelijkheden om te passeren.
Advertisement
Games to watch







